Nicaise de Keyser (Antwerpen, 1813 – 1887)
De Guldensporenslag
Olie op doek, 55 x 70 cm

Inv. 2011.6.1

© Jacques Quecq d’Henripret

De werken waar je niet omheen kunt | Onderwerping en woede

Een symbolische veldslag

De Guldensporenslag is zonder twijfel een van de belangrijkste historische gebeurtenissen in de geschiedenis van Vlaanderen. Op 11 juli 1302 stond het leger van de Franse koning Filips IV, dat werd aangevoerd door graaf Robert II van Artesië, tegenover het Vlaamse burgerleger, onder leiding van Gwijde van Namen, zoon van de graaf van Vlaanderen. Het Franse leger, zeker van zijn overwinning op de slecht uitgeruste Vlamingen, komt echter vast te zitten in het moerasland en gaat in een bloedbad ten onder.

Dit schilderij van Nicaise de Keyser, vertegenwoordiger van de Belgische romantiek, is in feite een voorstudie voor een veel groter werk (4,86 x 6,20 m), dat tijdens de Salon van 1836 werd geëxposeerd. Dit monumentale doek hing in de Lakenhal in Kortrijk. Het werd verwoest door een bombardement tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er zijn nu alleen nog drie geschilderde voorstudies van bekend: twee daarvan bevinden zich in de musea van Praag en Kortrijk en de derde hangt in het Musée de Flandre.

De schilder richt zich in deze voorstudie op het centrale onderwerp van het definitieve werk: hij laat het hoogtepunt van de strijd zien, het moment waarop graaf Robert van Artesië, roemloos uit het zadel gelicht en gevloerd door een Vlaamse strijder, wordt gedood. De scène is opgezet langs verschillende diagonalen. Over het centrum van de compositie schijnt een haast onwerkelijk licht.

Het werk maakt deel uit van de romantische schilderkunst, waarin men graag heldhaftige gebeurtenissen uit het verleden aangreep om een natie te roemen, zoals hier het jonge België, waar 11 juli, de dag van de Guldensporenslag, de feestdag van de Vlaamse gemeenschap werd.

 

DnnSpot

   Minimize